Aan- en uitkleden van de zorgvrager

<<

Techniek:

  kleding verwisselen

Toepassing:

  het aan- en uitkleden van een liggende zorgvrager (eventueel met een lichamelijke beperking)

Kernwoorden:  professionele zorg , zelfredzaamheid

Observatieformulier : Aan- en uitkleden van de zorgvrager

Materiaal

Werkwijze

Waar moet je op letten?

schone kleding, bijvoorbeeld een hemd, trui en lange broek wasmand 1 Vertel de zorgvrager wat je gaat doen.
2 Sluit ramen en deuren en sluit eventueel de gordijnen rond het bed. Zo krijgt de zorgvrager het niet koud en is zijn privacy gewaarborgd.
3 Zet het bed op de juiste werkhoogte. Je voorkomt hiermee eventuele rugklachten bij jezelf.
4 Was je handen.
5 Vraag de zorgvrager wat hij eventueel zelf kan doen. Let op de zelfredzaamheid van de zorgvrager: wat hij zelf kan doen, neem je niet over.
6 Sla het beddengoed voor de helft terug. Laat de zorgvrager niet langer onbedekt dan nodig is.
7 Maak de aanwezige sluitingen van de bovenkleding los of vraag de cliënt of hij dit zelf kan doen.
8 Schuif het kledingstuk zo ver mogelijk richting nek.
9 Vraag de cliënt het hoofd iets op te tillen en de armen naar voren te houden. Als de zorgvrager dit niet zelf kan, vraag dan een collega je te assisteren. Ga ieder aan één kant van het bed staan en houd ieder een arm van de zorgvrager vast. Til het bovenlichaam iets omhoog en trek het kledingstuk langs de rug naar boven. Schuif het kledingstuk dan over het hoofd en daarna over de armen.
10 Trek de kleding over het hoofd heen en daarna over de armen. Doe het kledingstuk in de wasmand.
11 Eventuele andere kleding van het bovenlichaam trek je op dezelfde wijze uit. Werk door zodat de zorgvrager het niet koud krijgt, nu het bovenlichaam onbedekt is.
12 Laat de zorgvrager dan de armen weer naar voren steken.
13 Schuif het schone kledingstuk met de mouwen over de armen en daarna over het hoofd.
14 Trek het kledingstuk over de buik en rug naar beneden. Zorg dat alle kleding glad getrokken wordt om drukplekken te voorkomen.
15 Doe hetzelfde met andere kledingstukken voor het bovenlichaam.
16 Sla het beddengoed terug tot aan het voeteneinde.
17 Maak eventuele sluitingen van broek of rok los of laat de zorgvrager dit zelf doen.
18 Schuif het kledingstuk naar beneden en trek het over de voeten uit. Doe hetzelfde met andere kledingstukken van het onderlichaam. Doe de kledingstukken in de wasmand.
19 Neem het schone kledingstuk en rol de pijpen op als dit een broek is.
20 Laat beide voeten in de pijpen steken en schuif de broek zover mogelijk naar boven.
21 Vraag de cliënt de billen even op te wippen en schuif het kledingstuk dan verder omhoog. Als de zorgvrager dit niet zelf kan, duw dan met je hand de matras iets in. Zo ontstaat er wat ruimte waardoor je het kledingstuk kunt doorschuiven. Als dit niet helpt, trek je het kledingstuk op door de heupen van de zorgvrager één voor één te kantelen.
22 Maak eventuele sluitingen vast en controleer of de kleding recht zit.
23 Informeer of alles naar wens is verlopen en help de zorgvrager in een prettige houding.
24 Breng de kamer weer op orde en zet het bed weer in de juiste stand.
25 Verwijder de wasmand met het vuile wasgoed en was je handen.