Bloeddruk meten

<<

Techniek:

  het meten van de bloeddruk

Toepassing:

  het meten van de bloeddruk bij een zorgvrager

Kernwoorden: professionele zorg

Observatieformulier : Bloeddruk meten

Materiaal

Werkwijze

Waar moet je op letten?

bloeddrukmeter

stethoscoop

desinfectans

tissues

1 Vertel de zorgvrager wat je gaat doen, waarom en hoe je dat gaat doen. Zorg dat de zorgvrager weet wat er van hem verwacht wordt
2 Meet zoveel mogelijk onder gelijke omstandigheden als bij voorgaande metingen. Denk aan: tijdstip, dezelfde arm. Stel desgewenst de meting even uit (na een inspanning bijvoorbeeld). Zo krijg je het beste inzicht in een afwijkende bloeddruk.
3 Controleer of de bloeddrukmeter klaar is voor gebruik. Verwijder lucht uit de manchet, controleer of de slangen goed aangekoppeld zijn en de kwikkolom op nul staat. Probeer een onzuivere meting te voorkomen.
4 Laat de zorgvrager zitten of liggen. Probeer zo de meest natuurlijke bloeddruk te krijgen.
5 Stel de zorgvrager gerust. Het opnemen van de bloeddruk kan bij de zorgvrager spanning teweegbrengen, wat weer invloed heeft op de bloeddruk.
6 Vraag de zorgvrager zijn bovenarm te ontbloten en help hem hier desgewenst bij. Zo komt er geen textiel tussen de manchet en de arm.
7 Breng de manchet aan om de bovenarm, zo’n 5 cm. boven de elleboogholte. Zorg dat de circulatie belemmerd wordt en er genoeg ruimte vrij is voor de stethoscoop.
8 De onderarm steunt eventueel ter hoogte van het hart op bureau, tafel of nachtkastje. Probeer de zorgvrager zoveel mogelijk te ontspannen.
9 Draai het ventiel van de ballon dicht. Anders kun je de manchet niet oppompen.
10 Plaats de toppen van minimaal twee vingers zo op de armslagader/ arteria radialis aan de pols, dat de pulsaties voelbaar zijn. Oefen lichte druk uit en pomp de ballon gelijkmatig op totdat de pols niet meer gevoeld wordt. De vingertoppen zijn het gevoeligst waardoor je het stilvallen van de pulsaties onmiddellijk voelt. Verhoog de druk hierna met niet meer dan 30mmHG, anders wordt de druk te hoog voor de zorgvrager.
11 Plaats de stethoscoop in je oren en plaats het membraan in het midden van de elleboogplooi. Zorg dat je de hartslag goed kunt horen.
12 Open het ventiel en laat de druk met 2-3 mmHg per seconde zakken terwijl je naar de meter kijkt. Door de druk te snel laten zakken krijg je onjuiste waarden.
13 Let extra goed op de meterstand zodra je de eerste toon hoort. Dit is de systolische druk of bovendruk. Noteer deze waarde. Door deze te noteren verkrijg je meer zekerheid dan door te onthouden.
14 Let extra goed op de meterstand zodra de toon verdwijnt. Dit is de diastolische druk of onderdruk. Noteer ook deze waarde.
15 Laat de manchet leeglopen en verwijder deze.
16 Maak de oordoppen van de stethoscoop schoon met een tissue met desinfectans en ruim de gebruikte materialen op. Vergeet niet je handen te wassen Zo staan ze weer klaar voor een volgend gebruik.
17 Vertel de zorgvrager wat de uitslag is van de meting. De zorgvrager heeft recht om te weten wat zijn bloeddruk is. Bovendien kan hij omstandigheden aangeven die misschien invloed hebben op zijn bloeddruk.
18 Rapporteer datum en tijdstip van de bloeddrukmeting, waarde van de bloeddruk en eventuele bijzonderheden in het of zorgdossier. Het is belangrijk dat de bloeddrukmeting  nageslagen kan worden voor het bieden van continuïteit van zorg.
19 Maak zo nodig direct mondeling melding van je bevindingen aan een bevoegd arts of aan je meerdere. Soms is de bloeddruk een indicatie voor direct ingrijpen.
20 Vraag aan de zorgvrager hoe hij het meten van de bloeddruk ervaren heeft. De zorgvrager vindt het fijn als hij zijn mening kan geven. De volgende keer kun je rekening houden met op- of aanmerkingen.