Gecombineerde methode

<<

Techniek:

  serveren van een gerecht volgens de gecombineerde methode

Toepassing:

  een gast bedienen in een restaurant: het vlees wordt uitgeserveerd, de aardappelen en groenten worden ingezet

Kernwoorden: uitserveren , diendoek

Observatieformulier : Gecombineerde methode

Materiaal

Werkwijze

Waar moet je op letten?

diendoek

te serveren gerechten op een schaal (meestal vlees- of visgerechten)

serveerbestek

gerechten in schalen

rechaud


1 Maak de volledige mise-en-place. Zie de werkkaart Inzetmethode.
2 Schenk de wijn en/of het water in. Het grootste glas is voor water, het kleinste glas is voor de wijn.
3 Draag de diendoek over de linkerarm, houd een klein gedeelte vast in je hand. De diendoek beschermt je kleding en houdt hitte van schalen tegen.
4 Neem de schaal met het hoofdbestanddeel op de linkerhand en onderarm, draag de schaal naar de tafel. Zorg ervoor dat de vingers van je linkerhand gespreid zijn.
5 Ga aan de linkerkant van de gast staan en houd de schaal enkele centimeters boven het bord. Om morsen te voorkomen.
6 Neem het serveerbestek in de rechterhand. De vork ligt in de lepel, steunend op de middelvinger, licht in de palm gedrukt door ringvinger en pink (zie illustraties).
7 Til met de duim en wijsvinger de vork op.
8 Schuif de lepel onder het gerecht dat geserveerd moet worden. Plaats de vork er bovenop.
9 Houd de duim nu op de vork en de wijsvinger onder de lepel. Het gerecht wordt zo vastgeklemd.
10 Serveer het hoofdbestanddeel uit. Vlees en vis liggen op het bord dicht bij de gast, middenvoor.
11 Haal de schalen met de in te zetten gerechten, neem deze in de linkerhand en draag ze naar de tafel. Meestal zijn dit de groenten, aardappelen en saus. Probeer zoveel mogelijk schalen tegelijk mee te nemen.
12 Neem het te serveren gerecht uit de linkerhand in de rechterhand. De linkerhand is de dragende hand, de rechterhand de serverende hand.
13 Zet het via de rechterkant van de gast voor hem op tafel.
14 Plaats de schalen met groenten, aardappelen en saus dicht bij het bord van de gast. De grepen van het serveerbestek liggen naar de gast toe.
15 Serveer eventueel na. Let op tekens van de gast.