Haar omvormen met rollers en wikkels

<<

Techniek:

  inrollen/wikkelen

Toepassing:

  het inzetten van rollers voor een watergolf en het inwikkelen van wikkels voor een permanent

Kernwoorden: blowen , passé

Observatieformulier : Haar omvormen met rollers en wikkels

Materiaal

Werkwijze

Waar moet je op letten?

puntkam

voor het inrollen: rollers met pinnetjes

voor het wikkelen: wikkels met staafjes

eventueel vloeitjes

Inrollen (watergolf):
1 Leg de materialen die je nodig hebt klaar.
 
  2 Kam het haar door en deel het af in de gewenste partijen. Gebruik hiervoor de standaardafdeling, het kruiswikkelpatroon of de sterafdeling. Op deze manier kun je volgens een bepaalde planning werken.
3 Neem een passé op die net zo dik en net zo breed is als de roller. Doe dit met de punt van de puntkam.
4 Kam de passé vanaf de hoofdhuid naar de haarpunt.  
5 Leg de punt van de passé rond de roller en draai de roller in het haar. Doe dit heel zorgvuldig zodat er geen haren uitsteken of losraken. Dunne rollers geven kleinere krullen, dikke rollers geven grotere krullen.
6 Zet de roller met een pinnetje vast. Steek het pinnetje door de roller heen. Zo blijft de roller goed strak zitten.
7 Draai op dezelfde manier alle rollers in het haar. Werk systematisch, maar zet de rollers niet recht onder elkaar (dan ontstaan er zichtbare lijnen).
8 Droog het haar met een droogkap of met een föhn. Zorg dat het haar door en door droog is.
9 Borstel het droge haar door en breng het in het gewenste model.  
Wikkelen (permanent):
10 Leg de materialen die je nodig hebt klaar.
Het haar is voorbehandeld, werk dus door.
11 Kam het haar door en deel het af in het gewenste patroon. Gebruik hiervoor de kruisafdeling of sterafdeling (zie werkkaart Afdelen van het haar).
  12 Neem een passé op en kam deze door vanaf de hoofdhuid. De vakken moeten even breed zijn als de wikkel.
13 Plaats de wikkel aan de punt van de passé en draai deze in het haar tot aan de hoofdhuid. De dikte van de passé is gelijk aan de dikte van de wikkel. Gebruik een vloeitje om te voorkomen dat er haarpunten uitsteken
14 Gebruik tijdens het wikkelen duimen en wijsvingers om het haar tegen en rond de wikkel te houden. Je kunt hiervoor ook de steel van de wikkelkam gebruiken. Zorg ervoor dat de spanning op het haar over de gehele wikkel gelijk blijft en verdeel het haar over de volle breedte van de wikkel.
15 Zet de wikkel met een elastiekje vast. De elastiekjes mogen niet te strak zitten, want dan kan het haar afbreken.
16 Plaats een steunstaafje tussen het elastiekje en de wikkel, zodat het haar niet wordt afgekneld.  
17 Wikkel alle partijen systematisch in. Wikkel eerst de middenbaan naar achteren in en daarna de partijen aan de zijkanten. Begin steeds aan de kant van het gezicht en werk door naar achteren. Zorg ervoor dat de wikkels mooi op elkaar aansluiten.
18 Maak de behandeling af, volgens de voorschriften van het permanenten. Werk zorgvuldig om een goed resultaat te krijgen.