Mond-op-mondbeademing

<<

Techniek:

mond-op-mondbeademen

Toepassing:

een slachtoffer dat bewusteloos is en niet of onvoldoende ademt

Kernwoorden: n.v.t.

Observatieformulier : Mond-op-mondbeademing

Materiaal

Werkwijze

Waar moet je op letten?

1 Controleer of het slachtoffer bij bewustzijn is. Spreek het slachtoffer daarvoor aan. Vraag bijvoorbeeld wat er is gebeurd.
2 Dien voor de zekerheid een pijnprikkel toe. Knijp stevig in het oorlelletje of in de handrug van het slachtoffer.
3 Als het slachtoffer niet reageert, controleer je of het slachtoffer ademt door je hand met gespreide vingers op de overgang van zijn borst en buik te leggen. Je kunt ook de rug van je hand voor de mond van het slachtoffer houden om de adem te voelen, of gebruik een spiegeltje.
4 Maak de mond van het slachtoffer leeg. Draai hem daarvoor op zijn zij. Een loszittend kunstgebit haal je zonder draaien uit de mond.
5 Leg het slachtoffer op zijn rug.
6 Leg je ene hand onder de nek en je andere hand op het voorhoofd van het slachtoffer. Ook je duim moet onder de nek.
7 Leg het hoofd van het slachtoffer iets achterover. Plaats de vingertoppen van wijs- en middelvinger van je andere hand van bovenaf onder de punt van de kin. Til de kin op om de luchtweg vrij te maken. De mond valt hierdoor open en de tong komt los van de keel.
8 Knijp de neus van het slachtoffer dicht met duim en wijsvinger van je hand die op het voorhoofd ligt. Zorg dat de mond iets open blijft staan. Dit zorgt ervoor dat de ingeblazen lucht niet door zijn neus wegstroomt.
9 Adem normaal in.
10 Plaats dan je wijdgeopende mond over de mond van het slachtoffer.
11 Blaas jouw adem gedurende één seconde in de mond van het slachtoffer.
12 Kijk met een schuin oog of daardoor de borstkas van het slachtoffer ongeveer 1 cm omhoog komt. Daardoor is te zien of de ingeblazen lucht in zijn longen komt.
13 Neem, wanneer de borstkas ongeveer 1 cm omhoog gekomen is, je mond van de mond van het slachtoffer.
14 Kijk of de borstkas weer omlaag gaat. Je hoeft zijn neus niet los te laten.
15 Adem zelf opnieuw in. Zorg ervoor dat je de uitgeademde lucht van het slachtoffer niet zelf weer inademt.
16 Plaats je mond weer over de mond van het slachtoffer en beadem opnieuw.
17 Beadem maximaal 2 keer, ook al zijn deze beademingen niet effectief. Of tot een deskundige het van je overneemt. Als je duizelig wordt, neem dan enkele seconden pauze en ga door in een rustiger tempo.