Tafel dekken

<<

Techniek:

het dekken van de tafel

Toepassing:

het dekken van de tafel bij de zorgvrager thuis of in een instelling

Kernwoorden: ingrediënten

Observatieformulier : Tafel dekken

Materiaal

Werkwijze

Waar moet je op letten?

tafellaken

eventueel molton

placemats

serviesgoed

bestek

glazen

onderzetters

servetten

peper en zout

1 Was je handen voordat je met je werkzaamheden begint. Zo werk je hygiënischer.
2 Inventariseer hoeveel mensen aan tafel zullen gaan. Het is onhandig als na je werkzaamheden blijkt dat je voor te veel of te weinig mensen gedekt hebt.
3 Verdeel zoveel stoelen rond de tafel als er eters zijn. Het zit niet lekker als iemand bij elke beweging tegen een tafelpoot aanstoot.
4 Leg placemats, of een tafellaken met daaronder eventueel een molton, op tafel. De tafel wordt hierdoor beschermd en het staat gezellig.
5 Controleer of het bestek schoon is. Vervang eventueel niet geheel schone borden en/of bestek of maak ze alsnog schoon. In verband met de hygiëne.
6 Verdeel de borden op regelmatige afstand van elkaar. Zorg voor een gelijke afstand van de tafelrand.
7 Leg dan bij ieder bord het bestek als volgt neer: mes rechts met snijkant naar het bord, vork links, eventueel lepel rechts naast het mes, lepel voor voorgerecht rechts naast de soeplepel of mes, vork voor voorgerecht links naast de vork en het bestek voor toetje boven het bord. Herhaal dit bij elk bord. Door het bestek steeds hetzelfde rond het bord te verdelen, creëer je een eenheid op tafel.
8 Glazen zet je rechtsboven het bord.
9 Eventuele eierdopjes voor het ontbijt zet je links boven het bord, met het eierlepeltje ervoor.
10 Leg de servetten bij elk bord op dezelfde plek neer: op het bord, of er naast of in een glas bijvoorbeeld. Met servetten kun je een speels element toevoegen aan de gedekte tafel. Zo ziet de tafel er nog gezelliger uit.
11 Zet eventueel benodigde onderzetters voor pannen of schalen in het midden neer. Zo kan iedereen gemakkelijk bij de gerechten die erop komen te staan.
12 Eventueel dienbestek leg je overzichtelijk naast elkaar. Denk bij een broodmaaltijd aan: vleesvorkjes, lepeltjes voor zoet beleg, kaasschaaf. Zo kun je eenvoudig controleren of er voldoende dienbestek is neergelegd voor de maaltijd.
13 Zet peper, zout, mosterd en dergelijke bij elkaar in het midden. Denk bij een broodmaaltijd ook aan boter, suiker, koffiemelk, melk, eventueel jus d'orange. Denk bij een hoofdmaaltijd ook aan Maggi, tomatenketchup en dergelijke. Vergeet niet een waterkan op tafel te zetten. Het is fijn als je tijdens het eten kunt blijven zitten.
14 Doe dit alles in overleg met de zorgvrager, of volgens de regels van de instelling waar je de tafel dekt. Houd rekening met bestaande wensen en gewoontes. Voorkom dat je jouw ideeën over het gebruiken van de maaltijd aan iemand opdringt. Een zorgvrager/instelling kunnen persoonlijke of handige eetgebruiken hebben ontwikkeld.
15 Ruim na het eten de tafel af.
16 Gooi papieren servetten weg of doe stoffen servetten in de was. In verband met de hygiëne.
17 Klop tafellaken en molton buiten uit en bepaal of ze in de was moeten of opgeruimd kunnen worden. Een tafellaken hoeft niet bij elk vlekje in de was.
18 Veeg placemats en tafel schoon met een klamvochtige doek. In verband met de hygiëne.
19 Breng servies en bestek naar de keuken en ruim de gebruikte ingrediënten weer op, eventueel met hulp van de zorgvrager. Zo kan de zorgvrager zelf bepalen waar alles neergezet moet worden.